Rotterdam
Sinds 28 december 2006 is stadshartrotterdam.nl live \
Pierre Bayle 1647-1706


 
Pierre Bayle 1647-1706

 

Pierre Bayle, de filosoof van Rotterdam,
geschilderd door L.F. Elle jr


Baylebankje


Sta ‘ns even stil bij wat wij zoal waardevol vinden in de wereld. Denk dan aan ieders vrijheid van meningsuiting en ieders vrijheid om zijn geloof te belijden en daarnaar te leven en te handelen. Zulke waarden hebben wij verworven in een eeuwenlang maatschappelijk debat. Daarin zijn we ons ervan bewust geworden dat onderdrukking, intimidatie en machtsmisbruik aan kracht winnen als deze vrijheden ontbreken. En telkens als leugen, dogma en fanatisme de kans krijgen het eigen onafhankelijke geweten te overheersen, komen deze vrijheden in het gedrang.

Pierre Bayle heeft vanuit Rotterdam dit maatschappelijke debat op unieke wijze gestart en zijn leven lang met tomeloze energie gevoerd met boeken en brieven die in heel Europa gretig werden gelezen. In 1681 moest hij om zijn geloof vluchten uit zijn geboorteland Frankrijk. De Rotterdamse regent en schrijver Adriaen Paets sr. haalde hem toen vanuit Sedan naar Rotterdam en stelde hem aan als hoogleraar filosofie en geschiedenis aan de nieuw opgerichte Illustre School. Hij zou tot zijn dood in 1706 in Rotterdam blijven werken. Hij woonde eerst in een pension aan de Geldersekade, later aan de Leuvehaven en tenslotte aan het Westnieuwland. Daar passeerde hij dagelijks het standbeeld van Erasmus, dat in die tijd om de hoek op de Grotemarkt stond. Zijn opvattingen zijn nog steeds actueel.

Pierre Bayle ligt na de sloop van de Waalse Kerk in 1922 op de algemene begraafplaats in Crooswijk begraven. Sinds 2011 vindt u aan de Rusthoflaan het Baylemonument in de vorm van een teksthuis met bankjes. Het Baylemonument is vervaardigd door de Rotterdamse beeldhouwer Paul Cox. Dit Baylebankje uit dezelfde serie bij het standbeeld van Erasmus geeft het Baylemonument een extra dimensie: Pierre Bayle was de grootste “Erasmiaan” van zijn tijd!

Gun u even de tijd om verder te lezen over Erasmus en Bayle.



Humanisme

De Rotterdammers waren altijd trots op “hun” Erasmus van Rotterdam. Zij hebben hem al 13 jaar na zijn dood met een standbeeld geëerd. Erasmus als ikoon van de stad was niet alleen een ambassadeur voor Rotterdam, maar vooral een symbool van verdraagzaamheid en pacifisme. Het bronzen standbeeld van Erasmus van de hand van Hendrik de Keijzer stamt uit 1622 en stond sindsdien tot aan het bombardement op Rotterdam op de Grotemarkt. De beroemde Rotterdamse pensionaris en Erasmiaan Hugo de Groot had er opdracht voor gegeven.
De humanist Desiderius Erasmus had gezien, dat eeuwenlange spitsvondigheden en tradities de oorspronkelijke boodschap van het Christelijke geloof hadden vertroebeld. Kwalijk gevolg was dat de pausen en wereldlijke leiders van zijn tijd de Kerk misbruikten voor hun eigen voordeel en de gelovigen misleidden en uitbuitten. Erasmus ging op zoek naar het ware geloof, zoals Christus het bedoeld had. Als methode koos hij terug te keren naar de oudste bronnen van het Christendom. Hij beschouwde niet zoals gebruikelijk Augustinus (4e eeuw na Chr.), maar de oudere Origenes als belangrijkste kerkvader, omdat die - met kritische zin! - de leer van de apostelen als “de Basis” van het geloof beschouwde. Ook legde Erasmus zich toe op een nieuwe vertaling van het Nieuwe Testament. Het Oude Testament had voor hem geen religieuze waarde en over dagelijkse geloofsgebruiken van gewone mensen, zoals bedevaarten, maakte hij zich niet druk. Het ware geloof moest uitdrukking krijgen in het gedrag van Christenen en daarom besteedde hij veel aandacht aan opvoeding en onderwijs en het goede voorbeeld van de Christelijke ridder. Erasmus was de opvoeder van de jonge Karel V en in die rol drukte hij hem op het hart zich altijd sober te kleden en nederig te gedragen. Hierdoor en door zijn satire stond Erasmus in scherp contrast met de praal en oorlogszucht van de renaissancepausen en de vorsten in Europa. Deze vrijzinnigheid verschafte hem groot gezag en een onafhankelijke positie in de grote geloofsconflicten die in zijn tijd losbarstten, met Luther als leider van het protest. Zijn universaliteit bracht hem tot op de dag van vandaag vele navolgers. Maar kwam hem natuurlijk ook op kritiek te staan zowel van tijdgenoten als later.
Erasmus’ methode, pacifisme en gezag konden niet voorkomen, dat de geloofstegenstellingen zich in Europa in de 16e en 17e eeuw verscherpten. De Katholieke kerk plaatste Erasmus’ werken op de index van verboden boeken. Grote massa’s mensen werden gedwongen hun geloof aan te passen aan dat van hun vorst of in een ander land een goed heenkomen te zoeken. Dieptepunt vormde een dertigjarige godsdienstoorlog die heel Europa tot 1648 in zijn greep hield. In Frankrijk indoctrineerde vervolgens de katholieke hofpredikant Bossuet de jonge “Zonnekoning” Lodewijk XIV met als gevolg, dat de situatie voor niet-katholieken ernstig verslechterde.

Verlichting

De Hugenoot Pierre Bayle groeide, zoals u merkt, op in een sterk door geloofsverdeeldheid gekenmerkte wereld. Hij werd in 1647 geboren in Carla, in de Pyreneeën. Op zijn 21ste bekeerde hij zich onder invloed van de Jezuïeten tot het katholicisme, maar kort daarna werd hij toch weer calvinist. Dat was verboden en hierdoor werd hij vatbaar voor vervolging. Na een verblijf in Geneve en enige omzwervingen, werd hij in 1675 op advies van zijn jeugdvriend Jacques Basnage hoogleraar aan de universiteit van Sedan in noord Frankrijk. Lodewijk XIV legde in 1681 deze calvinistische universiteit stil en Bayle nam samen met zijn collega Pierre Jurieu de wijk naar Rotterdam.
Eenmaal in Rotterdam was Erasmus voor Bayle in verschillende opzichten een voorbeeld. Sinds een paar jaar was er in Rotterdam een ‘Erasmus-reveil’ gaande. Het standbeeld had in 1677 een nieuwe sokkel gekregen met lofdichten van Nicolaas Heinsius en Joachim Oudaen en veel werk van Erasmus werd weer gepubliceerd. Er heerste een sfeer van vrijzinnigheid en verdraagzaamheid in de stad. Bayle volgde de Erasmusmethode – terug naar de bronnen – maar niet zozeer voor onderzoek naar het oorspronkelijke geloof, maar voor zijn onderzoek naar de historische waarheid. Want na Erasmus hadden mensen als Galilei, Hobbes, Descartes en Spinoza nieuwe inzichten over de kosmos, de natuur, de mens en de samenleving wijd verspreid. Daardoor had men een wetenschappelijke, in plaats van de traditionele theologische, kijk op de wereld gekregen. De Rede (La Raison) werd de grondslag van het denken en de basis voor de maatschappelijke ordening. In het laatste kwart van de 17e eeuw begon een lange periode die men typeerde als De Verlichting. Pierre Bayle zou aan die omslag in het denken een belangrijk aandeel hebben.

Pacifisme


In zijn principiële afkeer van staatsgeweld was Pierre Bayle een echte Erasmiaan. Hij had de impact van geweld in zijn persoonlijk leven ervaren toen zijn broer Jacob door Frans staatsgeweld was gedood. Om in vrede samen te kunnen leven moeten de staat en het recht gebaseerd zijn op de rede en niet op geweld, vond hij. Hij was geen aanhanger van het “goddelijk recht om te regeren” van de machtige Franse Zonnekoning. Maar, vanuit datzelfde pacifisme, was hij tegenstander van de Glorious Revolution van 1688 in Engeland - een staatsgreep die tot vreugde van fanatieke calvinisten stadhouder Willem III daar op de troon bracht als protestantse tegenkracht tegen katholiek Frankrijk. Een heerser moet niet door revolutionair geweld, maar door overtuiging van politiek veranderen, vond Bayle.

Gewetensvrijheid


De waarheden van het geloof aan de ene kant en die van de verschijnselen in de wereld aan de andere kant laten zich volgens Bayle in wezen niet vermengen. Om de wereldse waarheid te ontdekken moet de verlichte mens met zijn rede naar de natuur kijken. Tegelijk maakt diezelfde rede de mens onzeker in zaken van geloof en ongeloof. Bayle stelde hier, dat ieders geweten gerespecteerd moet worden, zelfs wanneer dit ernstig dwaalt. Iedereen heeft recht op begrip, ongeacht zijn standpunten. Niemand kan worden uitgesloten, noch islamieten, noch joden, noch atheïsten, want niemand kan de pretentie hebben de geloofswaarheid langs rationele weg en met absolute zekerheid vast te kunnen stellen. Bayle toonde over geloofswaarheid aan dat de een zijn geloof de ander zijn bijgeloof is. Dit maakt dogma’s ongerijmd en godsdienstige pluriformiteit vanzelfsprekend. Geloven is niet noodzakelijk voor een deugdzaam leven, stelde hij. Moraal en geloof vallen niet noodzakelijk samen, zoals in die tijd heel veel anderen dachten. Wat mensen verbindt, zei Bayle, zijn veeleer bepaalde ontwijfelbare morele beginselen die fundamenteler zijn dan elk geloof. Bayle verwierp daarom elke vorm van fanatisme vanuit welke hoek dan ook. Steeds wanneer hij ontdekte dat orthodoxe, dogmatische predikanten en theologen de vrijheid van anderen beperken, schrijft hij daarover.

Nooit - ook niet op zijn sterfbed op 28 december 1706 - sprak Pierre Bayle zich uit over een ware of onware geloofsovertuiging of over de (on)juistheid van atheïsme hoe fel de strijd hierover ook opliep. De Rede geeft hierover immers geen zekerheid. Hij reageerde dan steevast met ironische humor. Hierdoor vonden velen hem destijds en soms ook nu nog raadselachtig.

Republiek der letteren


De behoefte zich vrij te uiten over alles wat zich in de samenleving afspeelt, is menselijk en van alle tijden. Men vindt altijd wel een passende vorm. In onze tijd kennen wij de vrije pers en het internet. Op het eind van de Middeleeuwen was de “Republiek der Letteren”, de brievenrepubliek, zo’n vorm. Dit was een netwerk van intellectuelen dat een vrijplaats bood voor de uitwisseling van gedachten per brief. De geslotenheid van de postzak sloot de censuur uit. Erasmus schreef een niet aflatende stroom van meer dan 3000 brieven waarin hij vrij zijn gedachten over kerk en samenleving neerlegde en de opvattingen van andersdenkenden van commentaar voorzag. Hij geldt nog steeds als een van de grootste vrije geesten uit deze Republiek der Letteren. Bayle noemde hem de vorst van deze republiek.

Ook ten tijde van Pierre Bayle was de brievenrepubliek zeer levendig. Bayle begon in Rotterdam in 1684 zijn Nieuwsberichten uit de Brievenrepubliek, Les Nouvelles de la République des Lettres, een van de eerste kritische tijdschriften van Europa. De voertaal was Frans, de algemene taal van wetenschap en diplomatie. De eerste jaren van verschijnen schreef Bayle de Nouvelles in zijn eentje helemaal vol en ze werden door heel Europa stukgelezen. Bayle beschouwde de Republiek der Letteren meer als een extreem vrije “Ideeënrepubliek”. De Waarheid en de Rede heersten daar en het kritische debat kon zich er zonder schade aan wie dan ook voltrekken, “…omdat iedereen soeverein is en verantwoording aflegt aan iedereen.” Baylekenner Prof. Wiep van Bunge betitelt Bayle vanwege diens Nouvelles als Erasmus’ troonopvolger.

Dictionaire


In dezelfde geest schreef hij zijn meesterwerk: de Dictionaire historique et critique. In 1697 kwam het boek uit bij zijn Rotterdamse uitgever Reinier Leers. Het was zo’n succes dat het tot in 1820 vele malen zou worden herdrukt. De Dictionaire lijkt op het eerste gezicht een portrettengalerij van alle Europese beroemdheden vanaf de vroegste tijden. Maar bij nadere lezing blijkt het een systematische ontmaskering van alle leugen en misleiding waaraan de mensheid door de eeuwen heen is blootgesteld. De historicus Bayle: “Omdat alle werkelijkheid altijd twee kanten heeft, is de mensheid gehouden alles nauwgezet te documenteren”. De Dictionaire biedt met zijn kritiek een andere invalshoek op de vaak eendimensionaal gepresenteerde kijk op de wereld, waardoor deze diepte en perspectief krijgt. Met de hem eigen onafhankelijkheid haalde hij in een beroemd lemma in zijn Dictionaire fel uit naar de filosofie van Spinoza. Opvallend is ook, dat hij in de Dictionaire overvloedig naar Erasmus verwijst.
De Dictionaire kreeg in 1702, nog tijdens zijn leven, een herdruk. Bayle concludeert daarin over de vraag waarom een alwetende en goede God de mens laat zondigen: “… Het is beter er het zwijgen toe te doen en te verwijzen naar het geloof, dan zichzelf bloot te stellen aan nutteloze muggenzifterijen en bedenkingen van filosofen.” Zelf betitelde Bayle zijn Dictionaire als “de verzekeringskamer van de Republiek der Letteren”. Voltaire noemde de Dictionaire later “het arsenaal van de Verlichting”.

Rotterdam


Deze onafhankelijke stellingnamen die Bayle via zijn brieven en boeken wijd verspreidde, vonden gretig aftrek bij velen in Europa die onder geloofsvervolging gebukt gingen. Ook in de Republiek kreeg hij navolging. Beroemd is zijn Rotterdamse leerling, de politiek actieve anti-orangist, Bernard Mandeville. In Rotterdam kwam in de Lantaarn - het huis aan de Scheepmakershaven van de Engelse handelsman en leider der quakers Benjamin Furly - een gemêleerd gezelschap van intellectuelen, uitgevers en boekhandelaren regelmatig bijeen om te debatteren. Daaronder waren ook nu nog bekende mannen, zoals John Locke, Pieter Rabus en veel later ook Shaftesbury. Ook Bayle kwam daar soms vooral vanwege zijn vriendschap met Furly. Zijn opvattingen brachten hem in botsing met stadsgenoten die fundamenteel anders dachten en die juist wel dogmatiek en de juistheid van de Glorious Revolution propageerden. Zijn grootste tegenstander werd zijn vroegere vriend en collega de predikant van de Waalse kerk, de “theoloog van Rotterdam”, Pierre Jurieu. Jurieu doopte Bayle misprijzend tot de “filosoof van Rotterdam”. Het zou een geuzennaam voor Bayle worden.

Willem III verving in 1692 in Rotterdam het zittende stadsbestuur door een Oranjegezind. Dat ontsloeg kort daarna Bayle als hoogleraar aan de Illustre School, nadat de Waalse Kerk hem ervan had beticht niet zuiver in de geloofsleer te zijn. In zijn verweer beriep Bayle zich op zijn Erasmiaanse gezindheid en zijn liefde voor de stad. Hij hoopte zo steun te krijgen. Tevergeefs. Bayle moet zijn ontslag pijnlijk hebben gevonden. Hij zou verder leven van het geld dat hij van Reinier Leers ontving voor zijn werk. Ook in dat opzicht is er een parallel tussen Bayle en Erasmus te trekken. In zijn laatste levensfase in Basel moest Erasmus om zijn opvattingen de wijk nemen naar Freiburg in Breisgau en was hij financieel afhankelijk van zijn vriend en uitgever Frobius.

Bayle bleef in de stad die toch een speciaal plekje bij hem had verworven. In de Dictionaire gaan alle lemma’s over personen en volkeren en er is er maar één over een stad. Die stad is Rotterdam. En over de Rotterdammers schrijft hij dat zij altijd Erasmus hebben geëerd met een standbeeld. Hij legt dat uit als welbegrepen eigenbelang! Erasmus zou ook trots geweest zijn op de Rotterdamse Illustre School, schrijft Bayle. Maar eigenlijk behoorden de wereldburgers Erasmus en Bayle in de eerste plaats tot de utopische Republiek der Letteren. Zij voelden zich immers meer dan burgers van stad of land bovenal leden van deze geletterde gemeenschap.

Grondlegger


De grote debatuitkomsten in de achttiende eeuw leken aanvankelijk niet de radicale Pierre Bayle en Spinoza het historische gelijk te geven, maar de gematigde denkers als John Locke en Voltaire. Uit recent grootschalig onderzoek blijkt, dat het gedachtengoed van de radicale denkers uiteindelijk de doorslag geeft aan wat wij tegenwoordig waardevol vinden. In de hedendaagse multiculturele context is Pierre Bayle dan ook te beschouwen als een grondlegger van onze huidige, multiculturele, Westerse beschaving. Hij is terecht weer volop terug in de belangstelling.

Roterodamum


Het Historisch Genootschap Roterodamum heeft het Baylebankje op het Grotekerkplein mogelijk gemaakt. Roterodamum zet zich in voor een grotere zichtbaarheid van de Rotterdamse geschiedenis in de buitenruimte van de stad. U helpt Roterodamum met uw lidmaatschap of donatie. Ga hiervoor naar de site van het HGR

Werken

De belangrijkste werken die Pierre Bayle publiceerde zijn:
• Pensées diverses écrites à un docteur de Sorbonne à l’occasion de la Comète qui parut au mois de décembre 1680, 1682
• Critique générale de l'Histoire du Calvinisme du Père Maimbourg, 1682
• Nouvelles de la République des Lettres, 1684-1687.
• Nouvelles Lettres de l'Auteur de la Critique générale de l'Histoire du Calvinisme du Père Maimbourg, 1685.
• Ce que c'est que la France toute catholique sous le règne de Louis Le Grand, 1685.
• De la tolérance. Commentaire philosophique sur ces paroles de Jésus-Christ: contraint les d'entrer, 1686-8.
• La cabale chimérique ou la réfutation l’examen d’un libelle, 1691.
• Dictionnaire Historique et Critique, 1697.
• Réponse aux questions d'un Provincial, 1704
• Entretiens de Maximes et de Themeste, Rotterdam, posthuum 1736.

Links :

Brieven 
Nouvelles de la République des Lettres
Dictionaire Historique et critique N.B. lemma over Erasmus; lemma over Rotterdam
La vie de monsieur Bayle (door mr. Des Maizeaux, 1729; in inleiding Dictionaire, blz 30-125, 5e druk 1740)
Pensées diverses 
Réponse 
Ce que c’est que la France etc
Entretiens etc 
 
© Historisch Genootschap Roterodamum (FB 30 nov 2012)